Gepubliceerd op 18-03-2021

Rijksstad

betekenis & definitie

in het vroegere Duitsche rijk de steden welke onmiddellijk onder den keizer stonden, in hun gebied souverein waren en zitting en stem hadden in den rijksdag; zelfbesturende steden dus, die alleen ’t oppergezag van den keizer hadden te eerbiedigen. In 1803 werden alle rijkssteden, behalve Hamburg, Augsburg, Neurenberg, Lübeck, Brernen en Frankfurt a.M. opgeheven en gesteld onder het bestuur van den staat waarin zij lagen; Augsburg verloor in Mei 1806, Neurenberg en Frankfurt a.M. in Juli 1806 hun souvereiniteit.

Hamburg, Lübeck en Brernen, welke in Dec. 1810 hare zelfstandigheid verloren hadden, werden Juni 1815 in den Duitschen Bond opgenomen en weer als vrije steden erkend; Frankfurt, in Juni 1815 eveneens in den Bond opgenomen, werd in 1866 bij Pruisen ingelijfd, terwijl de drie overige steden thans zelfstandige leden van den bondsstaat uitmaken.