Gepubliceerd op 23-02-2021

Muzen

betekenis & definitie

vrouwelijke wezens in de grieksche mythologie. De oudste poëzie der Grieken (Homerus) roept slechts één Muze aan (Mousa, d. i. de peinzende), die het gezang verleent en al datgene kent wat de mensch wenscht te weten en de dichter mede te deelen omtrent góden, wereldgeheimen en heldentijd.

Van den anderen kant ontmoet men op vele plaatsen een drietal gewoonlijk met Apollo vereenigde godinnen, die dikwijls met de Chariten of met de bronnimfen verwisseld werden. De hoofdzetels dezer M. bevonden zich in de beotische steden Ascra en Thespiae aan den Helicon in verband met oude profeten- en zangerscholen, een verband dat ook in Piërië aan den noordelijken voet van den Olympus bestaan moet hebben. Vroegtijdig werden de M. tot een koor van negen uitgebreid. Haar namen bleven sedert Hesiodus de volgende: Calliope (de voornaamste volgens Hesiodus), Clio, Euterpe, Thalia, Melpomene, Terpsichore, Erato, Polyhymnia, Urania. Als haar ouders noemt de mythologie Mnemosyne (zie ald.) en Zeus. Haar beteekenis is gedurende het grootste deel der grieksche oudheid tot dichtkunst, zang en dans beperkt gebleven; eerst de Alexandrijnen beproefden een nauwkeuriger onderscheiding tusschen de afzonderlijke M., doch het is niet mogelijk, de juiste voorstellingen uit dien tijd te achterhalen.

Vaststaand is in den romeinschen keizertijd hoogstens Clio als muze der geschiedenis met een schriftrol, Calliope als muze der heroïsche dichtkunst met schrijftablet of schriftrol, Melpomene als muze der tragedie met ernstig masker, ook met knods, Thalia als muze der comedie met comisch masker, Urania als muze der astronomie, Terpsichore en Erato met snaarinstrument als M. der lyriek van lichter soort, Euterpe met de fluit; Polyhymnia schijnt de muze zonder attribuut te zijn, die op sommige voorstellingen verschijnt in lichte dansende beweging. Tussehen haar en Terpsichore (en ook Melpomene) is men verdeeld omtrent het toewijzen van den dans. Bij deze negen M. kwam in later tijd nog Arethusa als de muze van het herdersdicht. De aanvoerder der M. is Apollo, die daarom ook Musagetes (zie ald.) genoemd wordt. Zij zijn eeuwig maagd en vrij van alle zinnelijke hartstocht; niettemin werden langzamerhand veel beroemde zangers uit den mythiscben tijd tot haar zonen gemaakt. In Rome werden de M. geïdentificeerd met de Camenae: ouditalische godheden, zingende en voorzeggende bronnimfen.