Gepubliceerd op 23-02-2021

Methode

betekenis & definitie

de wijze hoe, den weg langs welke en de middelen waardoor men een bepaald doel tracht te bereiken. De uitdrukking wordt inzonderheid gebezigd met betrekking tot de wetenschap en ook hier bestaan verschillende soorten van M.

De schijnbaar strengste is de mathematische of Euclidische M., ook wel demonstratieve genoemd, welke aan de voorgedragen leerstellingen, door verklaringen, besluiten en bewijzen, de hoogste klaarblijkelijkheid bijzet. Zij is echter slechts voor een wetenschap als de wiskunde, die alleen met formeele grootheden te doen heeft en zekere begrippen als uitgemaakt „a priori” kan aannemen, met goed gevolg aan te wenden, ofschoon Spinoza haar bij zijn wijsgeerige bespiegeling heeft gebruikt en Wolf de meening voorstond, dat geen strenge wetenschap een andere dan de mathematische M. hebben kan. Men onderscheidt als verschill. in uitgangspunt en gang, de analytische en synthetische M. De eerste of ontledende gaat van het onderzoek der deelen tot het geheel over, terwijl de synthetische uit de grondstellingen en algemeene begrippen het bijzondere en samengestelde afleidt. In betrekking tot de philosophie onderscheidt men de empirische reflexie-M., welke haar voorwerp als onmiddellijk of door de waarneming verkregen aanneemt en daarop redeneering toepast, en de bespiegelende of immanente M. De empirische M. is die, welke van de zinnelijke of uitwendige waarneming en ervaring uitgaat en alleen daaruit den grondslag der kennis aanneemt; terwijl de inductieve M. die is, welke insgelijks met de waarneming en ervaring aanvangt, het waargenomene door proeven in het licht stelt en van de uitkomsten daarvan tot de algemeene beginselen, tot de ten grondslag liggende wetten besluit.

Sedert Baco van Verulam zijn de empirische en inductieve M. in de beoefening der natuurkundige wetenschap meer algemeen aangenomen en deze is hieraan de groote en snelle vorderingen verschuldigd, welke zij sedert het begin der 17de eeuw gemaakt heeft. De M. der voordracht of van het onderwijs in een wetenschap is weder verschillend van die harer vorming en beoefening. De M. is populair als zij van het bekende uitgaat. Wat den inwendigen vorm van de voordracht betreft, zoo noemt men de M. acroamatisch, waar de onderwijzer alleen spreekt, en erotematisch of vragend, wanneer de leerstof door een gesprek tusschen den leeraar en leerling behandeld wordt. De cathechetische M. richt hare vragen aan den leerling zoo in, dat de antwoorden de strekking moeten hebben om het onderwerp verder te ontwikkelen. Eindelijk noemt men de M. socratisch, als de leerstof in het gesprek met de leerlingen wezenlijk gevormd en door hen zelven gevonden wordt.