Gepubliceerd op 23-02-2021

Lied

betekenis & definitie

1) Een doorgaans weinig uitvoerig gedicht in regelmatige strophen, waarin een bepaalde gevoelsstemming heerscht. Ofschoon later de naam van L. ook aan het gedicht als zoodanig werd gegeven, volgens den oorsprong behoort het L. te worden gezongen (zie onder).

Aanvankelijk werd woord en toon niet gescheiden, maar werden de elementen van rhythmus en verheffing en daling van toon der spraak eigen, tot werkelijken zang, tot rhythmisch geregelde melodie. Vloeiende, welluidende versbouw, strophen van gelijke voetmaat, terwijl elke strophe een volledige gedachte moet behelzen, zijn de hoofdvoorwaarden voor het L.2) Men onderscheidt het L. in twee hoofdgroepen: het geestelijk en het wereldlijk. Tot de eerste behooren de koralen en gezangen bij de Prot. gemeenten, de broederschap en Maria-liederen bij de Kath. enz. Het wereldlijk L. omvat een groote verscheidenheid: wiege-, kinder-, volks-, minne-, krijgsliederen enz.
3) Het L. (muz.) wordt onderscheiden in het gewone eenvoudige L. en het L. in zijn beteekenis van kunstvorm. Tot de eerste behooren de liederen, waarbij de zang op zichzelf (dus zonder begeleiding) compleet is; alzoo L. waarbij de muziek slaafs het metrum van het vers volgt, volks-, dansliederen, enz. Het karataristieke van het L. als kunstvorm, is de vrije behandeling van den text en de niet zelden voorname plaats van het accompagnement. Schubert, Schumann, Ad. Jensen, Ant. Rubinstein en anderen zijn bekend als componisten van liederen.
4) Het doorgecomponeerde L. d. i. wanneer de componist niet alle strophen op dezelfde melodie laat voordragen,, maar twee of meer daarvan een eigen melodie geeft.
5) L. zonder woorden (L. ohne Worte), een sinds Mendelssohn zeer gebruikelijke naam voor melodieuse toonstukken van kleinen omvang voor instrumenten.
6) Aan het L. is door A. B. Marx de naam ontleend voor een muzikalen vorm, zie Liedvorm.