Gepubliceerd op 23-02-2021

Kindervoeding

betekenis & definitie

Het beste voedsel voor het kind (zie ald.) beneden het jaar, is de melk der eigen moeder. Bij minnemelk gedijen de zuigelingen reeds minder goed, evenwel toch nog veel beter dan bij kunstmatige voeding.

In velerlei opzicht heeft het voedingsproces bij het jonge kind een ander beloop dan bij volwassenen. Het lichaam van het kind bevindt zich nog in een toestand van ontwikkeling; verschillende organen zijn nog niet in volle werking; het maagsap is minder zuur dan bij volwassenen, nog niet in staat alle soorten van eiwitstoffen goed te verteren, zoodat die stoffen onverteerd blijven en bacteriën gunstige gelegenheden bieden zich sterk te vermenigvuldigen; de daarbij ontstaande scherpe producten doen het darmkanaal heftig aan en veroorzaken lichtelijk zware diarrhee en krampen. De zuigeling heeft behoefte aan overvloedig voedsel, doch is uitermate gevoelig voor de kwaliteit en eigenschappen daarvan; de ingewanden verdragen alleen lichtver leerbaar, vloeibaar, bacterievrij voedsel, dat in de eerste maanden tevens zetmeelvrij moet zijn. Aan al deze eischen voldoet eigenlijk alleen het natuurlijk voedsel, de vrouwenmelk. Deze bevat gemiddeld 89 pCt. water, 2 pCt. eiwitstoffen, 3.5 pCt. vet, 5 pCt. suiker en 0.2 pCt. zouten. Al deze stoffen worden door den zuigeling bijna volkomen verteerd (van het eiwit en de suiker 99 pCt., van het vet 97 pCt., van de zouten 90 pCt.).

Den eersten dag legt men het pasgeboren kind 2 of 3 maal, de volgende 3—4 weken om de 2—3 uur (ook des nachts) aan de borst, daarna om de 2 uur en des nachts éénmaal. De hoeveelheid melk, die het kind telkens tot zich neemt bedraagt aanvankelijk ongeveer 10 gram, en klimt allengs tot 100 gram; elke maaltijd duurt ongeveer een kwartier. In de 9—10de maand begint de moedermelk onvoldoende te worden; dit kondigt zich hierdoor aan, dat de wekelijksche toename in gewicht uitblijft. Alsdan beginne men het kind om de twee dagen een maaltijd aan de borst te onthouden en deze te vervangen door een anderen maaltijd (koemelk met gerstewater, eigeel); zoodoende is het kind in ongeveer twee weken van de borst af. Is het kind een jaar oud, dan kan men het fijngestooten beschuit, rijstebrij en stukjes gebraden vleesch, brood en allengs de gewone spijzen der volwassenen beginnen te geven.Kan aan het kind geen moedermelk verstrekt worden, dan moet altijd in. het oog gehouden, dat den zuigeling het suikervormingsvermogen ontbreekt, zoodat hij zetmeelhoudende voedingsmiddelen niet verteren kan. De koemelk is eigenlijk het eenige wat de moedermelk kan vervangen. En ook de koemelk verschilt nog belangrijk van de moedermelk. Eerstens bevat zij vele bacteriën, waaronder zich dikwijls ziekteverwekkers bevinden. Ten tweede bestaat zij uit andere bestanddeelen en hierdoor kunnen allerlei stoornissen ontstaan. De koemelk heeft een aanzienlijk hooger eiwitgehalte dan de vrouwenmelk, die daarentegen rijker is aan suiker en vet. De bestanddeelen beider melksoorten zijn volgens Hofmann en Heubner (in procenten):

eiwit vet suiker

Vrouwenmelk 1,03 4,07 7,03

Koemelk 3,5 3,5 5

Verder hebben de eiwitstoffen der koemelk een veel grooter gehalte aan caseïne dan die der vrouwenmelk; de caseïne der vrouwenmelk heeft daarenboven andere hoedanigheden; die der koemelk stolt door het maagsap tot harde klompen, terwijl de caseïne der vrouwenmelk dunne vlokjes vormt en daardoor voor het jonge organisme verteerbaar is. Ook is het in den regel ondoenlijk steeds melk van hetzelfde dier te verkrijgen, daardoor krijgt de zuigeling gedurig voedsel van een andere samenstelling en lijdt de geheele kunstmatige voeding aan een onregelmatigheid, waartegen vele jonggeborenen niet bestand zijn. De koemelk mag het zeer jonge kind slechts in dunvloeibaren toestand worden gegeven en moet daarom verdund met water, onder toevoeging van suiker, liefst melksuiker en een weinig dubbel koolzure natron; hierbij: blijft het vetgehalte echter beneden dat der vrouwenmelk. Voor een zuigeling van een maand is het volgende recept aan te bevelen: per dag ⅓ liter melk, ⅓ liter water, 9 theelepels melksuiker (te verdeelen in 9 à 10 porties, eiken maaltijd 1 portie); voor kinderen van 2—3 maanden: ½ liter melk,½ liter water, 10 theelepels melksuiker (te verdeelen in 8 porties); voor 'kinderen van 4—6 maanden: ⅗ liter melk, evenveel water, 12 theelepels melksuiker (te verdeelen in 7 porties). De eerste dagen na de geboorte moet de koemelk nog sterker verdund (⅓ melk, ⅔ water) en eerst na de 5de maand kan men met onverdunde melk beginnen. Bij oudere kinderen is het veelal goed, de koemelk met gerstewater te verdunnen.

Het volgende recept van Biedert levert een in elke huishouding te bereiden eiwitarme en vetrijke melk van normaal suikergehalte: 1V2 of 2 liter versche melk laat men 2 uren lang rustig staan in een vlakke schaal en roome er dan ½ liter van af; aan dit roomsel voege men een gelijke hoeveelheid water en 40 gram melksuiker toe; men verkrijgt dan een product dat 2.6 pCt. vet, 1.8 pCt. eiwit en 5.8 pCt. suiker bevat. Het voedsel moet steeds eenigszins verwarmd (ongeveer tot op lichaamstemperatuur, 28—35° C.). Om de in de melk en het water aanwezige bacteriën onschadelijk te maken late men beide een kwartier lang (niet korter) koken; een snelle en volkomen afkoeling onmiddellijk na het koken is zeer aan te bevelen. Omtrent bijzondere preparaten voor zuigelingen, gelijk er vele in den handel worden gebracht, winne men steeds voor ze' te probeeren den raad in van den kinderarts.