Gepubliceerd op 23-02-2021

Huwelijk

betekenis & definitie

echt, monogamie, de wettige vereeniging van een man en een vrouw; de door zeden en wetten erkende vereeniging van twee personen van verschillend geslacht ter vestiging van een nieuw gezin en tot een blijvende gemeenschap van alle levensverhoudingen.

Het H. in boven omschreven zin, de vereeniging voor het geheele verder leven van een man en een vrouw, met volstrekte buitensluiting van weerskanten van ieder aandeel van derden, is thans algemeen in alle streken waar de westersche beschaving is doorgedrongen en het christendom de heerschende godsdienst is. De geschiedenis maakt gewag van allerlei andere vormen van geslachtsvereeniging, die bestaan hebben of nog bestaan. Grieksche schrijvers verhalen van scythische en ethiopische stammen, bij welke een vrije gemeenschap der geslachten plaats vond en alle mannen alle vrouwen gemeen hadden en omgekeerd, zonder eenige beperking met het oog op duur, bloedverwantschap als anderszins. Een der meest primitieve huwelijksvormen is de schaking, het met geweld wegvoeren en aan zich verbinden van een vrouw, hetgeen nog thans voorkomt, o. a. in den indischen archipel, hetzij werkelijk of symbolisch. Het z.g. kinderhuwelijk, waarbij de verwanten jonge kinderen in den echt verbinden, is wellicht ontstaan uit het streven om schaking te voorkomen; hierbij wordt dan veelal de feitelijke voltrekking van het H. uitgesteld tot later; echter komt het ook voor, bijv. in Atjeh, dat kinderen van 7—8 jaar aan hun echtgenooten, hetzij deze even oud of ouder zijn, worden overgegeven.

Andere vormen van H. zijn de polygamie of veelwijverij, het wettig H. van een man met meerdere vrouwen, na de monogamie wel het menigvuldigs! voorkomend, de polyandrie of veelmannerij, het H. van een vrouw met meerdere mannen, verder de endogamie, het huwen bij voorkeur met een lid van den eigen stam (in zwang bij de Alfoeren van Noord-Celebes, de Dajaks, enz.), en de exogamie, het verplichte H. buiten den stam waarvan men zelf deel uitmaakt (in zwang bij de Alfoeren van Boeroe en Ceram, op Nias, bij de Menang-Kabarische Maleiers, enz.) en waarbij een H. met een lid van den eigen stam als bloedschande wordt aangemerkt.

Het H. is thans in Nederland in den zin der wet een burgerlijke verbintenis, onafhankelijk van elke kerkelijke plechtigheid: de wet beschouwt het H. alleen in zijn burgerlijke betrekkingen. De man kan slechts met één vrouw door het H. verbonden zijn en omgekeerd. De leeftijd, waarop een H. kan worden aangegaan is hier te lande bepaald op 18 jaar voor den man en 16 jaar voor de vrouw. Evenals bij elke overeenkomst wordt voor het H. de vrije toestemming van beide partijen vereischt. Bovendien kunnen minderjarigen geen H. aangaan dan met toestemming hetzij van beide ouders of van den vader alleen, in wier plaats bij overlijden als anderszins de grootouders, en wanneer ook deze ontbreken, de voogden treden. Meerderjarigen, die den leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt, hebben voor een H. eveneens de toestemming noodig van hun ouders; wordt deze geweigerd zoo kan de zaak in handen worden gesteld van den kantonrechter.

De wet verbiedt een H. tusschen bloedverwanten in bepaalde graden, n.l. tusschen alle personen die elkander bestaan in de opgaande en nederdalende linie (zie Bloedverwantschap), hetzij door wettige of onwettige geboorte, of door aanhuwelijking, verder in de zijlinie tusschen broeder en zuster, wettige of onwettige, eindelijk, behoudens koninklijke dispensatie, tusschen schoonbroeder en schoonzuster, oom en nicht, oudoom en achternicht, moei en neef, oudmoei en achterneef. Het ontbreken van een der vereischten voor een H. geeft ouders of andere, door de wet aangeduide verwanten, bevoegdheid het huwelijk te stuiten (zie Burgerl. Wetboek art. 114—125). De formaliteiten die aan het burgerlijk H. moeten voorafgaan, zijn: aangifte bjj den burgerlijken stand der woonplaats van een der partijen, en afkondiging van het voorgenomen H. door den ambtenaar van den burgerlijken stand voor de deur van het gemeentehuis. De voltrekking des H.’s geschiedt ten stadhuize en daarvan wordt een akte opgemaakt. Een H. kan na de voltrekking nietig worden verklaard ingeval van bigamie en verder indien het huwelijk is gesloten zonder de vrije toestemming van een der echtgenooten (alleen op vordering van laatstbedoelde of van beide echtgenooten), alsook bij dwaling in den persoon met wien men gehuwd is (binnen drie maanden na het ontdekken der dwaling); voorts in sommige gevallen van curateele, en dan, wanneer een H. is aangegaan door een minderjarige, wanneer de vereischte toestemming niet verkregen is, wanneer het H. niet ten overstaan van den ambtenaar van den burgerlijken stand voltrokken is, enz.

Wanneer ingeval van nietigverklaring bij een der partijen kwade trouw is geconstateerd, heeft het vernietigde H. alleen burgerlijke gevolgen ten voordeele van de partij die te goeder trouw is geweest. Voor de intusschen geboren kinderen heeft een vernietigd H. alle burgerlijke gevolgen van een wettig H. Een persoon die bij rechterlijk vonnis van overspel is overtuigd, mag nimmer met den medeplichtige aan dat overspel in het H. treden. Tusschen personen wier H. door echtscheiding is ontbonden, mag geen nieuw H. plaats hebben. Een vrouw kan geen nieuw H. aangaan dan na verloop van 300 dagen na de ontbinding van het vorige.

Het H. wordt ontbonden:

1) door den dood,
2) door afwezigheid (zie ald.) van een der echtgenooten gedurende 10 jaren en een daarop gevolgd nieuw H. van den anderen echtgenoot,
3) door rechterlijk vonnis, na scheiding van tafel en bed, uitgesproken,
4) door echtscheiding.

Wat de wettige rechten en verplichtingen der echtgenooten betreft, zoo zijn zij elkander wederkeerig getrouwheid, hulp en bijstand verschuldigd. Door de enkele daad des huwelijks verbinden zij zich verder, hun kinderen te onderhouden en op te voeden. De man is het hoofd der echtvereeniging. De vrouw is aan haren man gehoorzaamheid verschuldigd en is verplicht met den man samen te wonen en hem overal te volgen waar hij dienstig oordeelt zijn verblijf te vestigen. De vrouw kan niet in rechten verschijnen zonder bijstand van haar man; die bijstand is echter niet noodig 1) wanneer de vrouw in strafzaken vervolgd wordt, 2) in een rechtsvordering tot echtscheiding, scheiding van tafel en bed of van goederen; ook kan de vrouw zonder bewilliging van haar man uiterste wilsbeschikkingen maken. Van het oogenblik der voltrekking van het H. bestaat van rechtswege gemeenschap van goederen (zie ald.), behoudens huwelijksche voorwaarden (zie ald.).

In de r.-kath. kerkleer is het H. een sacrament (en wel' een van die der levenden; zie Sacrament), door Christus ingesteld, waardoor aan de echtgenooten de genade wordt geschonken om de plichten van hun staat behoorlijk te volbrengen. Dit dogma, altijd in de r.-kath. kerk geleerd, is vastgesteld door het concilie van Trente; om dit sacrament geldig te ontvangen, moeten beide echtgenooten gedoopte christenen zijn; voorts is de toestemming van beide partijen een essentieel vereischte; het H. is onverbreekbaar. Volgens het kanonieke recht bestaan er twee soorten van huwelijksbeletselen; de eerste zijn ontbindende beletselen, de andere enkel verhinderende. Ontbindende zijn er veertien:

1. gemis van het gebruik der rede (bijv. bij een krankzinnige) en gemis van den vereischten leeftijd (minimum voor den man 14, voor de vrouw 12 jaren);
2. impotentie (niet onvruchtbaarheid);
3. dwaling omtrent den persoon;
4. vrees of geweld, doch van dien aard dat er geen vrijheid van toestemming geweest is;
5. ontvoering;
6. het voortbestaan van een vroeger geldig huwelijk;
7. het ontvangen van een der drie groote wijdingen (subdiaconaat, diaconaat, priesterschap, aan welke drie het celibaat verbonden is);
8. verschil van godsdienst, d. w. z. wanneer een der partijen tot een niet-christelijken godsdienst behoort;
9. religieuse professie;
10. misdaad, d. w. z. echtbreuk of doodslag, vergezeld van trouwbelofte;
11. verwantschap, natuurlijke zoowel als geestelijke (eerstgenoemde, bloedverwantschap, strekt zich in de rechte linie tot in het oneindige uit, in de zijlinie vormt zij tot in den vierden graad een ontbindend beletsel);
12. aanverwantschap (waardoor de eene partij verbonden wordt met de bloedverwanten der andere, zij strekt zich evenver uit als de vorige);
13. clandestiniteit (heimelijkheid), d. w. z. wanneer het H. niet in den wettigen vorm gesloten is;
14. publieke eerbaarheid. Dit beletsel ontstaat door verloving, ten overstaan der Kerk aangegaan, met een ander, of door een aangegaan, maar niet voltrokken huwelijk.

Enkel verhinderende beletselen zijn er zes:

1. verschil van godsdienst, als beide partijen wel christenen zijn doch een van beiden niet katholiek is (z.g. gemengd H.);
2. de (niet-solemneele) belofte van zuiverheid;
3. de besloten tijd (van den Advent tot Driekoningen, en van Aschwoensdag tot Beloken Paschen);
4. verloving, niet ten overstaan der Kerk aangegaan;
5. gemis van toestemming der ouders;
6. gemis van afkondiging van ondertrouw.

Van de ontbindende beletselen behooren er enkele tot het natuurrecht, terwijl de overige door de kerkelijke wetten zijn vastgesteld; alléén van deze laatste kan de Kerk dan ook maar ontheffing verleenen. De enkel verhinderende beletselen kunnen daarentegen alle door de kerkelijke overheid worden opgeheven. Het H. wordt in de kerk voltrokken ten overstaan van twee getuigen door den eigen pastoor van een der partijen of diens gevolmachtigden geestelijke; de priester heiligt met zijn zegen de uitgedrukte toestemming van beide partijen en zegent den trouwring (en op sommige plaatsen ook een munststuk of medaille, als zinnebeeld van den bruidschat). Wordt deze plechtigheid (wat niet vereischt, doch gebruikelijk is) gevolgd door een h. Mis, dan wordt daaronder het bruidspaar nogmaals door den priester gezegend en zekere gebeden over hen uitgesproken.

Bekend is in de geschiedenis het z.g. H. van den doge met de Adriatische zee, een symbolische plechtigheid, welke sedert 1177 jaarlijks op Hemelvaartsdag te Venetië plaats had en waarbij de nieuwe doge, van het prachtige staatsschip Bucentaurus (zie ald.) een kostbaren ring in de zee wierp.