Gepubliceerd op 23-02-2021

Hoed

betekenis & definitie

hoofddeksel met naar boven omkrullenden benedenrand, en in het algemeen de naam van elk hoofddeksel van mannen en vrouwen dat tevens ter versiering en als pronk moet dienen. Naar de grondstof waarvan zij gemaakt zijn onderscheidt men zijden-, vilten-, stroohoeden enz.

In de heraldiek is een hoed een wapenversiering, die bij bepaalde geestelijke en wereldlijke standen den helm of de kroon vervangt. Reeds vóór 1848 golden slappe vilthoeden met breeden rand in geheel Europa als een uiterlijk teeken van democratische gezindheid. Bij den r.-kath. clerus dragen de protonotarissen der pauselijke curie zwarte hoeden met kwasten; de kardinaals hebben roode hoeden met 15 kwasten, enz.

< >