Gepubliceerd op 17-02-2021

Helder

betekenis & definitie

of Den Helder, gemeente in N.-Holl. (arrond. Alkmaar, kantonshoofdplaats), beslaat het noordelijk gedeelte dier provincie, wordt aan drie zijden door de zee bespoeld (Noordzee, Gat van Texel, Zuiderzee), en grenst naar de landzijde aan de gemeenten Calantsoog en Anna-Paulowna, zij heeft een oppervlakte van 441/2 km.2, alles alluvisch zand; zij bevat het door vestingwerken ingesloten vlek Den Helder, met de wijk Willemsoord aan het Nieuwediep, het kleine dorp Huisduinen, het gesticht de Kooi en de werken van het fort Kijkduin; de bevolking bedroeg 1 Januari 1902: 26.075 zielen (tegen 20.105 in 1874, 8369 in 1840 en 2324 in 1811), w.o. ongeveer 13.000 nederl.-herv., 4800 r.-kath., 300 israëlieten enz.

Kiesdistrict zie volgend artikel. Personeele belasting: Helder en Nieuwediep 6de klasse, overig deel 8ste klasse.Het vlek Den Helder is een bevestigde havenplaats aan de noordspits van het vasteland van Noord-Holland, gelegen tegenover het eiland Texel aan het 4 km. breede Gat van Texel of Marsdiep, aan de spoorlijn Amsterdam—Alkmaar—H. Het bestaat uit het eigenlijke vlek H. en de kunsthaven Nieuwediep met omgeving; de ruimte tusschen H. en Nieuwediep, ongeveer ½ uur gaans, is thans geheel met huizen bebouwd, zoodat beide deelen samenhangen en één geheel uitmaken. In 1828—29 is een kanaal gegraven, het Heldersche kanaal, dat naar de haven en zoodoende naar het Noord-Hollandsche kanaal voert. De haven, een der beste kunsthavens van Europa, 1770—80 door steenen dammen afgedamd, is 2 km. lang, 100—150 m. breed, en heeft een voldoende diepte voor de grootste schepen; door een groote schutsluis, de koopvaarderssluis geheeten, kunnen de schepen in het Noord-Hollandsche kanaal komen. Nieuwediep heeft sinds de opening van het Noordzeekanaal als handelshaven nagenoeg alle beteekenis verloren en is geheel een oorlogsleven. De vestingwerken der stelling H. reiken van de Zuiderzee tot aan de duinen aan de Noordzeekust; de voornaamste werken zijn het fort Kijkduin met vermaarden vuurtoren, de batterij Kaaphoofd, de forten Erfprins, Admiraal Dirks, Westoever en Oostoever, de batterij Prinses Louise, de batterij aan het Wierhoofd, en het pantserfort op de zandplaat Harsens (1882 gebouwd).

De stelling H. is zetel van een directie der marine en van het vierde artillerie-commandement; H. heeft in garnizoen: het Kon. instituut voor de marine Willemsoord tot opleiding van jongelingen tot officier bij de marine en het korps mariniers, verder de tweede afdeeling van het korps mariniers, het 5de bataljon van het eerste regiment infanterie, den staf, de hoofd-administratie en de 2de, 6de, 7de, 8ste, 9de en 10de compagnie van het vierde regiment vesting-artillerie, de eerste compagnie van het korps pantserfort-artillerie, marine-hospitaal (te Willemsoord); verder zijn er een meteorologisch observatorium, Rijkswerf met 300 meter lang en 130 meter breed dok en een droogdok, tuighuizen, allerlei etablissementen voor de uitrusting van oorlogsschepen, torpedogebouwen, kazernen, allerlei waterwerken, w.o. de Helderdijk, 8 km. lang, 12 meter breed. De directie der marine is gevestigd in het z.g. Paleis, aan de oostzijde van de haven.

H. zelf, 7 uur n. van Alkmaar, is vrij regelmatig gebouwd; het mooiste gedeelte is de Hoofdgracht met naaste omgeving; het heeft een fraai raadhuis (1836 gebouwd), verscheidene kerken, w.o. de herv. Westerkerk (1845), de Nieuwe kerk (1839) en de r.-kath. (Petrus en Paulus) de grootste zijn. De bevolking bestaat van binnenvaart en kustvaart op de omgelegen havens, kleinhandel en allerlei industrieën, welke laatste voor het meerendeel in verband staan met de hier gevestigde rijksetablissementen. Het heeft behalve het reeds genoemde observatorium en het in 1890 opgerichte zoölogisch station voor het doen van waarnemingen op het gebied der zeeflora en zeefauna, een rijks hoogere burgerschool met 5-jarigen cursus, een burgeravondschool, een zeevaartschool. Er is voorts een kantongerecht gevestigd, welks rechtsgebied zich uitstrekt over de gemeenten Helder, Texel, Vlieland en Wieringen.
H. was oorspronkelijk een buurtschap onder Huisduinen, ontstaan sedert het begin der 16de eeuw; tengevolge van de gedurige overstroomingen breidde deze buurt zich uitsluitend binnenwaarts uit, terwijl de kust onbewoond bleef; in 1624 kreeg H. een herv. kerk en werd het dientengevolge onder de dorpen gerekend; er vestigden zich hier vele walvischvaarders, en in 1770—80 werd overgegaan tot het af dammen van een havenkom, die den naam van Nieuwediep kreeg. Reeds in 1781 besloten Hollands. Staten van deze nieuwe haven een station voor de marine te maken. 1 Aug. 1781 zeilde van hier de vloot van Zoutman uit. Onder de Bataafsche republiek kreeg H. een gordel van voorloopige vestingwerken. Napoléon besloot deze werken belangrijk uit te breiden en maakte daarmede in 1811 een begin; de leiding werd opgedragen aan overste Valter, die een aantal spaansche krijgsgevangenen als dwangarbeiders kreeg. In Dec. 1813, kort na de voltooiing van het fort Kijkduin, werd H. ingesloten door een nederl.-russisehe troepenmacht, en Mei 1814 zagen de Franschen zich genoodzaakt de verschillende sterkten te verlaten. Sinds de opening van het Noord-Hollandsche kanaal breidde de plaats zich snel uit. In het gezicht van het duin waarop thans het fort Kijkduin ligt, had 31 Aug. 1673 een bloedige zeeslag plaats tusschen de Nederlanders onder De Ruyter en de vereenigde Franschen en Engelschen onder prins Robert en den graaf d’Estrées. 27 Aug. 1799 werd hier een engelsch-russisch leger ontscheept.

< >