Gepubliceerd op 17-02-2021

Heldendicht

betekenis & definitie

epos (zie ald.); gedicht, waarin de groote daden van een held op dichterlijke wijze worden beschreven en de opeenvolgende gebeurtenissen worden voorgesteld als het werk van een bovennatuurlijk wezen, dat de menschen met hunne hartstochten en neigingen bezigt als middelen ter bereiking van een doel. Het karakteristieke van het H. of volksepos ligt hierin, dat het gebeurtenissen voorstelt uit eene wereld waarin nog geen individualiteiten op den voorgrond treden, die zich van het gemeenschappelijk bewustzijn hebben losgemaakt.

Daar zulks vooral in de oudste tijden het geval is, waarin nog1 het mythologisch denken de overhand heeft, zoo speelt het H. bij voorkeur in de wereld der góden en heroën, de wereld van het wonderbare en buitengewone. Voor het pathetische van den inhoud, de meer dan levensgrootte der gestalten, de onmiddellijk tot de verbeelding sprekende gebeurtenissen, is de poëzie het eenige natuurlijke kleed. Bij het volksepos is het regel dat het ontstaan is uit afzonderlijke liederen en balladen van geringer omvang.De oorsprong van het H. bij de verschillende volken is niet na te sporen en verliest zich in de voorhistorische tijden. De heldenzangen der Chineezen zijn door Confucius verzameld in het Sji-King; de heldendaden van den egyptischen koning Ramses den Grooten zijn bezongen in het (op een papyrus bewaard gebleven) gedicht van zijn hofpoëet Pentaoer; in het zegelied van Debbora (omstreeks 1300 v. Chr.) en in de daden van Simson zou men de sporen van epische dichtkunst bij de oude Hebreërs kunnen zien. Een eigenlijk heldendicht vindt men eerst bij de volken van arische afkomst, en zoowel bij die van het oosten (Indiërs en Iraniërs) als bij die van het westen (Graeco-Italiërs, Kelten, Germanen en Slawen). Van de beide voornaamste heldendichten der Indiërs stelt het eene, de Mdhabhdrata (zie ald.), den ouderlingen strijd voor van twee arische heldengeslachten, het andere, de Rdmayancb (zie ald.), den strijd van den zonneheld Rama, als vertegenwoordiger der Ariërs, tegen de donkerkleurige, in de volksmeening apen geworden, oorspronkelijke bewoners van het land (de z.g. Drawidastammen).

Als dichter van het eerste wordt Vjasa, als die van het tweede Valmiki genoemd; beide hebben door inlasschingen en uitbreidingen verandering ondergaan. De iranische heldensage, uit dè overoude tegenstelling van een rijk des lichts en een der duisternis (Ormuzd en Ahriman) ontstaan, is onder den laatsten Sassanide in het Ckodaïndmeh of Heerenboek tot een geheel gevormd (in proza), maar kreeg eerst omstreeks 1000 na Chr. van Firdosi, den dichter van het Schahndmeh zijn kunstmatigen poëtischen vorm.

Ook in het Homerische heldendicht strijden góden en menschen (zie de artikelen Homerus en Ilias), en bij Homerus sluiten zich de z.g. Cyclische dichters aan. Bij de Romeinen zijn de inheemsche kiemen van het H. niet tot ontwikkeling gekomen. Nauw zich aansluitend aan den vorm van het grieksche stichtte een halfgriek, Ennius, omstreeks 200 v. Chr. het romeinsche kunstepos met zijn Annalen, wier onderwerp was de romeinsche geschiedenis tot op zijn tijd, en ook in het vervolg bepaalde de voorliefde der romeinsche heldendichters zich tot historische onderwerpen. Vergilius bereikt het toppunt der romeinsche epiek in zijn Aeneïs, waarin beide richtingen, de historische en de mythische, vereenigd zijn.

De Slawen, die voor een gedeelte eerst sedert kort historische volken geworden zijn, staan nog het dichtst bij het epische tijdperk; bij enkele hunner stammen is nog eene, aan de homerische nauw verwante, soort van heldendicht in zwang gebleven. De heldensage der Russen groepeert zich om Wladimir (omstreeks 1000 na Chr.) en om den boerenzoon IIja, den edelen held. De volksheld der Serviërs is de koningszoon Marko, die na een 300-jarigen strijd tegen de ongeloovigen zich in een spelonk heeft teruggetrokken en van wiens wederkomst het volk betere dagen hoopt. De heldensage der Kelten groepeert zich in Ierland en Schotland om Fin, aan wiens zoon Ossian door Macpherson diens nagevolgd gedicht Fingal in den mond wordt gelegd. In Ierland komt hierbij nog een oudere sagenkrans, die de helden van Ulster omvat. In Wales groepeerde 'zich de poëzie der Barden, tot wie ook de beroemde „toovenaar” Merlin behoort, om koning Arthur en diens Tafelronde.

De oudste germaansche heldenzang ontwikkelde zich in het tijdsverloop van de 9de tot de 12de eeuw onder de Scandinavische stammen; in de 13de eeuw werden deze liederen op Ijsland onder den naam van (oudere) Edda verzameld en opgeschreven. Het Nibelungenlied verhaalt de daden van Siegfried, den drakendooder.

Na den val van het romeinsche rijk, en de kerstening en gedeeltelijke romaniseering van een deel der germaansche stammen, neemt het H. een christelijk karakter aan. In plaats van «den strijd met draken en hooze góden komt die met de ongeloovigen. De held wordt mi de christelijke ridder: Karel de Groote in Frankrijk (Rolandslied); Ruy Diaz, genaamd de Cid Campeador, in Spanje; koning Arthnr en zijn Tafelronde, als bewakers van den H. Graal. Den hoogsten trap bereikt het christelijk epos in Dante’s Goddelijke Comedie. Met de Renaissance ontstaan twee nieuwe vormen van het H., de eene vooral bij katholieke, de andere bij protestant geworden volken: Ariosto’s Razende Roland en Tasso’s Verlost Jeruzalem eenerzijds, Milton’s Verloren Raradijs anderzijds. Wieland volgt in zijn Oberon de eersten na; in Milton’s voetstappen treden Bodmer (Noachide) en Klopstock (Messias).