Gepubliceerd op 17-02-2021

Grodno

betekenis & definitie

1) Gouvernement in het westelijk deel van europeesch Rusland, een der westrussische gouvernementen, behoort tot het gouvernement-generaal Wilna, grenst ten w. en n.w. aan de russisch-poolsche gouvernementen Suwalki, Lomsha, Sjedlez, ten z., o. en n.o. aan de russische gouvernementen Volhynië, Minsk, Wilna, beslaat een oppervlakte van 40.641 km.2, en telde 1897: 1.617.859 inw., d. i. 40 per km.2. G. is boschrijk en moerassig en wordt doorsneden door tal van groote waterstroomen; het n. en o. is heuvelig, het z. over het geheel vlak.

Aan de Bug bestaat de grond voornamelijk uit graniet, dat stroomafwaarts in gneis overgaat; bij de stad G. en aan de Niemen heeft de krijtformatie (met Belemnieten) de overhand. Bij Druskeniki komen minerale bronnen voor. De bodem, een mengsel van leem en zand, is op weinig plaatsen rijk aan humus. De hoofdrivieren zijn de Niemen met de Schara, de Bug met de Narew en de Muchawez, en de Jazolda, een zijrivier van de Pripet. G. bevat een menigte meren en 24% van de oppervlakte is met wouden bedekt. De bevolking bestaat uit Kleinrussen, Witrussen en Grootrussen (tezamen 30 %), Litauërs (27 °/o), Polen (22 %), Israëlieten (19.7 %) en duitsche kolonisten. 50 % der bevolking behoort tot de Grieksche kerk (vicariaat Brest, eparchie Litauen en Wilna), 30 % zijn r.-katholieken (diocees Wilna).

Hoofdmiddelen van bestaan: graan-, vlas-, hennep- en tabaksbouw, tuinbouw, ooftkweekerij, veeteelt, industrie (1897: 3671 fabrieken met 15 mill. roebel productie per jaar; bovenaan staan de lakenfabrieken met 8 mill. roebel productie, dan volgen tabaksbewerking, leerlooierij en branderij); verder handel (uitvoer: timmerhout, vee, graan, hennep, vlas, leer en wol, invoer: zijde-, metaal- en galanteriewaren, zout). Aan spoorwegen zijn aanwezig: van de lijn Petersburg—Warschau 138 km., idem Moskou—Brest—Litowsk—Grajewo 253 k.m., van de Poljessje-lijnen (Shabinka—Gomel, Baranowitsji—Bjelostok, Brest—Cholm) 367 km., tezamen 930 km. G. heeft 6 middelbare en 2317 lagere scholen. Het is verdeeld in 9 districten: G., Brest-Litowsk, Bjelostok, Bjelsk, Wolkowisk, Kobrin, Prushany, Slonim, Sokolka. G., oudtijds door de Jatwjagen bewoond, behoorde sedert het midden der 13de eeuw tot Litauen, werd later met Polen vereenigd en kwam in 1793 aan Rusland.2) District van het gouvernement G., n.w. deel, doorsneden door de Niemen, 4291½ km.2 groot, in 1897: 208.770 inw., meest Russen en Polen; landbouw, veeteelt, groente- en ooftkweekerij, lakenfabrieken, branderijen, bierbrouwerijen, looierijen.
3) Hoofdstad van het gouvernement en van het district G., in een schilderachtig dal, rechts aan de hier bevaarbare Niemen, aan de spoorlijn Petersburg—Warschau, zetel van den gouverneur, van een vicaris van den russisch-orthodoxen aartsbisschop van Wilna, en telde in 1897: 46.871 inw. (60 % Israëlieten), allerlei industrie. G. bestond reeds in de 12de eeuw, werd in 1241 door de Tartaren verwoest, nog hetzelfde jaar door de Litauers ingenomen, en had in het vervolg onophoudelijk te lijden van de Duitsche ridders. 1576— 86 was het residentie van Stephanus Bathorys; sinds 1673 was het de zetel van het poolsche parlement; in 1793 werd hier het verdrag inzake de tweede deeling van Polen geteekend; twee ja&r later deed Stanislaus Poniatowski hier afstand, waarop het aan Rusland kwam en in 1801 tot gouvernementshoofdstad werd gemaakt. Op het einde der eeuw kreeg het voorloopige vestingwerken.