Gepubliceerd op 20-01-2021

Delfshaven

betekenis & definitie

Voormalige gemeente in ZuidHolland, in 1886 met Rotterdam vereenigd, vormt met andere gedeelten der gemeente Rotterdam het derde rotterdamsche kiesdistrict. De gemeente D. werd omgeven door de gemeenten Rotterdam, Katendrecht en Schiedam, besloeg ruim 480 bunders en werd door de Nieuwe Maas doorsneden ; zij bevatte het stadje Delfshaven en de buurt Schoonderloo. De stad D. ontstond tengevolge van een privilegie van 1389, waarbij graaf Aalbrecht van Beieren de stad Delft toestond een haven naar de Maas aan te leggen; aan den mond dier haven ontstond Delfshaven, ten tijde van Filips van Bourgondië reeds een volkrijk vlek; tijdens het grafelijk bewind en gedurende de republiek behoorde het tot Delft; bij de omwenteling van 1795 weigerden de bewoners het bestuur van Delft langer te erkennen; de nieuwe gemeente kreeg eerst in 1825, bij kon. besluit van 31 Juli den naam van stad; in den eersten tijd kwijnende, deed zij verschillende vergeefsche pogingen om bij het naburig Rotterdam, waarmee zij door de buurt Schoonderloo reeds was verbonden, ook administratief te worden ingelijfd; later bloeide de stad en telde in 1872 bijna 8300 inw.; aan de Nieuwe Maas gelegen, wier hooge vloeden door een sluis in de Delfshavensche Sehie en verschillende dijken (Zeedijk, Havendijk, Mathenessedijk) moesten worden gekeerd, heeft de stad, ten deele op en aan deze dijken gebouwd, een zeer onregelmatig aanzien; de fraaiste deelen zijn de Oude haven en de Nieuwe of Achterhaven. D. werd in 1488 door de Hoekschen verwoest, in den nacht van 10 April 1572 door den graaf van Bossu overrompeld, 14 Nov. 1775 door een watervloed zwaar geteisterd. Aan de Achterhaven het standbeeld van Piet Hein, het werk van J. Graven te ’s-Hertogenbosch.