Gepubliceerd op 20-01-2021

Brandenburg

betekenis & definitie

1) In grootte de tweede en in bevolkingssterkte de derde provincie van Pruisen, ontleent zijn naam aan de stad B., grenst ten n. aan Mecklenburg en Pommeren, ten o. aan West-Pruisen, Posen en Silezië, ten z. aan Silezië en de pruis. prov. Saksen, ten w. aan laatstgenoemde prov., aan Anhait en Hannover, grootte, sinds Berlijn een eigen stadskreits vormt (1 April 1881), 39.8341 /4 knA De provincie B., het kernland der pruisische monarchie, is saamgesteld uit een groot aantal voormalige marken, die tezamen den Keurmark vormden, verder uit een deel van den Nieuwmark, stukken v.

Pommeren, Silezië, Posen, enz. Zij is thans verdeeld in de regeeringsdistricten Potsdam en Frankfurt, met tezamen 2.821.695 nw. Keizer Lotharius schonk in 1134 B. in leen aan Albrecht den Beer, die den titel van markgraaf aannam; eeuwen lang was B. alsnu een markgraafschap; in 1525 voegde markgraaf Albrecht bij zijn waardigheid die van hertog van Pruisen; in 1701 verhief keurvorst Friedrich Wilhelm zich van B.te Koningsbergen tot koning.2) Stad en stadskreits in het pruis. regeeringsdistrict Potsdam, aan de Havel, 40.000 inw., ontstond sinds de stichting van den burcht Brennaburg door koning Heinrich I in den winter van 927 op 928, en was later hoofdstad van het voormalig markgraafschap en keurvorstendom B.