Gepubliceerd op 20-01-2021

Bouwkunst

betekenis & definitie

of architectuur. In den ruimsten zin de kunst die het geheele gebied van het bouwen omvat, voor zoover dit aan meer dan slechts de allereenvoudigste vereischten zoekt te voldoen.

In engeren zin de som der bouwstijlen der verschillende volken. Tengevolge van de verschillen in behoeften, klimaat, beschikbare materialen, meer nog echter door de door tijd en volksaard beheerschte verschillende opvattingen van smaak, zijn een menigte bouwstijlen of stelsels ontstaan, waarin zich de stand van ontwikkeling der volkeren en tijden getrouw afspiegelt. Het bouwen op zichzelf ontstond door den drang der behoefte aan beschutting, de bouwkunst uit de behoefte om het bouwwerk te doen beantwoorden aan het begrip van het schoone, om uiting te geven aan het kunstgevoel, om ook in het daar te stellen gebouw een gedachte, een ideaal te belichamen. „Zal de bouwkunst eene plaats onder de schoone kunsten innemen, dan moet zij met het nuttige en doelmatige het bevallige en aangename vereenigen. Een bouwwerk, waarbij alleen op de voldoening eener behoefte gelet wordt, behoort niet tot het gebied der kunst. Eerst wanneer men verder gaat dan het voldoen aan het strikt noodwendige, verkrijgt het gebouw zijn stempel als kunstwerk. Dit heeft wel voornamelijk plaats bij het oprichten van tempels en gedenkteekenen, maar toch kan ook het private woonhuis zich tot kunstwerk verheffen.” (Lübke.)De oudste werken van een eigenlijken bouwstijl, van een richting, van een duidelijk uitkomende neiging om in het bouwgewrocht door regelmatigheid van vormen en het in acht nemen van zekere evenredigheden uitdrukking aan een bepaalde gedachte te geven, zijn gevonden in de landen van het gebied van den Euphraat, den Tigris en den Nijl, alzoo in Egypte en westelijk Azië. Eerste beginselen van bouwkunst vindt men overigens bij alle onbeschaafde volken, zoowel van de oudste als van de tegenwoordige tijden (offerplaatsen, begraafplaatsen, woningen, tempels). Eerst echter waar deze beginselen tot zekere ontwikkeling komen, kan van een begin van bouwstijl gesproken worden; in Europa is dit begin vertegenwoordigd in de grafheuvels, deksteenen, hunnebedden en steenkringen (fransch cromlechs, engelsch stonehenges). Bijna overal waar eenmaal de baan tot regelmatige vormen geopend en een begin van bouwstijl ontstaan was, ging de bouwkunst met tamelijk gelijkmatige schreden voorwaarts. Onder de aldus geboren stijlen zijn de merkwaardigste: de Egyptische, Indische, (achtereenvolgens beheersrht door het Djainisme, het Buddhisme en het Brahmanisme), de Assyrisch-Babylonischo, de Phoenicische, de Israelietische, de Pelasgisch-Etrurische, de Grieksche, de Rotneinsche, de Oud-Christelijec, de Oud-Romaansche, de Byzantijnsche, de Nieuw-Romaansche, de Russische, de Arabische, de Normandische, de Gotische, de Vroeg- en Laat-renaissance (barok), de Rococo en de stijl van den tegenwoordigen tijd.