Gepubliceerd op 20-01-2021

Bol

betekenis & definitie

1) In het algemeen: rond lichaam, bal, kogel.

2) Meetkunde: een lichaam dat begrensd wordt door een gebogen oppervlakte, waarvan alle punten even ver van het middelpunt van dat lichaam zijn verwijderd.
3) In het noorden des lands naam van tarwebrooden, die van onderen lat, overigens rond zijn; bolle, ook klein gebak, olletje of boltsje.
4) Plantkunde: bol (bulbus) een der vormen waaronder het onderaardsche gedeelte van den stengel zich kan voordoen; zie Stengel.
5) Een der namen van de plantsoort Agrostemma githago, de bolderik; zie Agrostemma. Ook naam der plantsoort Centaurea cyanus, de korenbloem.
6) Het bovenste gedeelte van een hoed.
7) Waterbouwkunde: kleine krib, klein hoofd, aangelegd langs een rivieroever, om deze tegen de schuring van het water te beveiligen.
8) Als hoedanigheid: opgezet, voos, week, dik, vol holligheden. Ook: het tegenovergestelde van hol, rondstaande.