Gepubliceerd op 20-01-2021

Bewijs

betekenis & definitie

Datgene waaruit blijken moet dat iets met de waarheid overeenstemt of dat een gebeurtenis werkelijk heeft plaats gehad. Bewijzen in rechten is het aanvooren van middelen1 op grond waarvan do rechter, naar het voorschrift der wet, de waarheid van datgene, waarop een der partijen zich in een geding beroept, kan cn moet aannemen.

Bewijst in het burgerlijk recht

Een iegelijk die beweert eenig recht te hebben, of zich op eenig feit tot staving van zijn recht of tot tegenspraak van eens anders recht, beroept, moet het bestaan van dat recht of van dat feit bewijzen. De bewijsmiddelen bestaan in: het schriftelijk bewijs, het bewijs door getuigen, de vermoedens, do bekentenis, den eed.

Schriftelijk bewijs

Dit geschiedt door authentieke of door onderhandsche geschriften. Een authentieke akte is de zoodanige welke in den wettelijken vorm is verleden, door of ten overstaan van openbare ambtenaren, die daartoe bevoegd zijn ter plaatse alwaar zulks is geschied. Een akte welke, uit hoofde van onbevoegdheid of onbekwaamheid van den ambtenaar, of uit hoofde van een gebrek in den vorm, niet voor authentiek kan gehouden worden, heeft echter kracht van een onderhandsch geschrift, indien dezelve door partijen onderteckend is. Eene authentieke akte levert tusschen partijen en derzelver erfgenamen of rechtverkrijgenden een volledig bewijs op van hetgeen daarin vermeld staat. Eene authentieke akte levert echter geen volledig bewijs op omtrent hetgeen daarin als een bloot te kennen geven voorkomt, dan voor zooverre het te kennen gegevene in een dadelijk verband staat met het onderwerp der akte. Indien hetgeen daarbij als een bloot te kennen geven voorkomt, niet in een dadelijk verband staat met hot onderwerp der akte, kan hetzelve alleen dienen tot begin van schriltelijk bewijs.

Indien een authentieke akte van welken aard ook, van valschheid beticht wordt, kan derzelver uitvoering worden geschorst, overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Nadere overeenkomsten, aangegaan bij een afzonderlijke akte, in strijd met de oorspronkelijke, leveren alleen bewijs op tusschen de partijen die tot zoodanige akte zijn toegetreden, en hunne erfgenamen of rechthebbenden, doch zij kunnen niet tegen derden werken. Als onderhandsche geschriften worden aangemerkt onderhandsch geteekende akten, brieven, registers, huiselijke papieren en andere schriften, welke zonder tusschenkomst van een openbaren ambtenaar zijn opgemaakt, Een onderhandsch geschrift, hetwelk erkend is door dengenen tegen wien men zich daarop beroept, of hetwelk op eene wettige wijze voor erkend wordt gehouden, levert, ten aanzien van de onderteekenaars en derzelver erfgenamen en rechtverkrijgenden, hetzelfde volledig bewijs op als eene authentieke akte. Hij tegen wien men zich op een onderhandsch geschrift beroept, is verplicht zijn schrift of zijn handteekening stellig te erkennen of te ontkennen; doch zijn erfgenamen of rechtverkrijgende zullen volstaan met te verklaren dat zij hetzelve niet erkennen als liet schrift en de handteekening van dengenen wien zij vertegenwoordigen. In geval iemand zijn schrift of zijn handteekening ontkent, of indien deszelfs erfgenamen of rechtverkrijgenden verklaren dezelve niet te erkennen, moet de rechter bevelen dat de echtheid daarvan gerechtelijk onderzocht wordt. Onderhandscho eenzijdige schuldverbintenissen tot voldoening van ge reed geld, of van eene zaak welke op eeno bepaalde waarde kan worden gesteld, moeten geheel geschreven worden met de hand yan dengenen die dezelve onderteekend heeft, of ten minste moet daaronder, behalve de handteekening, mot de hand dos onderteekenaars geschreven worden een goedkeuring, houdende in voluitgeschreven letters de som of de hoegrootheid of de hoeveelheid der verschuldigde zaak.

Bij gebreke hiervan kan de geteekende akte, indien de verbintenis wordt ontkent, slechts als een begin van schriftelijk bewijs worden aangenomen. De drie laatste bepalingen zijn niet van toepassing op zaken van koophandel. Indien do som welke bij de akte zelve vermeld is verschilt met die welke hij de goedkeuring uitgedrukt staat, wordt de verbintenis gerekend voor de minste som te zijn aangegaan, zelfs dan ook wanneer de akte, mitsgaders de goedkeuring, geheel en al door de hand van dengenen die zich verbonden heeft, geschreven zijn: ten waromen kunne bewijzen, in welke van beide gedeelten van het stuk de misslag heeft plaats gehad. Onderhandsche akten hebben, ten aanzien harer dagteekening, tegen derden geene kracht, dan van den dag dat dezelve zijn geregistreerd; of van den dag waarop degenen, of een van degenen, die dezelve onderteekend hebben overleden zijn; of van dien waarop derzelver bestaan bewezen wordt bij akten, door openbare ambtenaren opgemaakt; of wel van den dag waarop de derde, tegen wien men zich van de akte bedient, derzelver bestaan schriftelijk heeft erkend. Registers on huiselijke papieren leveren geen bewijs op ten voordeele van dengenen die dezelve geschreven heeft; zij strekken tot bewijs tegen hem: le. in alle de gevallen waarin die stukken stellig melding maken van een ontvangene betaling; 2e. wanneer zij uitdrukkelijk melding maken dat de aanteekening geschied is om een gebrek in den titel aan te vullen, ten behoeve van dengenen te wiens voordeele zij eene verbintenis aanduiden; in alle andere gevallen zal de rechter daarop zoodanig acht slaan als hij zal meenen te behooren. Koopmansboeken leveren een bewijs op tegen personen die geen handel drijven, ten aanzien der hoedanigheid en der hoeveelheid van de leverantiën welke daarop gebracht zijn; mits het van elders bewezen zij dat de koopman gewoon was aan de tegenpartij dergelijke leveringen op crediet te doen, mitsgaders dat de boeken overeenkomstig de bij het Wetboek van Koophandel voorgeschreven formaliteiten gehouden zijn, en eindelijk, dat de koopman de echtheid, zijner vordering onder eede bevestige.

Indien dó koopman overleden is, moeten zijn erfgenamen onder eede verklaren dat zij te goeder trouw gelooven dat do schuld bestaat on onvoldaan is. Koopmansboeken, niet richtig gehouden, kunnen echter tot bewijs strekken tegen den koopman. Aanteekeningen, door eenen schuldeischer gesteld op eenen titel die altijd in deszelfs bezit is gebleven, verdienen geloof, alhoewel dezelve door hem noch onderteekend, noch gedagteekend zijn, wanneer het geschrevene strekt tot bevrijding van den schuldenaar. Hetzelfde geldt omtrent aanteekeningen welke de schuldeischer op het dubbel van eenen titel of op eene kwijting gesteld heeft, mits dit dubbel of deze kwijting in het bezit van den schuldenaar zij. De eigenaar van den titel kan daarvan, te zijnen koste, de vernieuwing vorderen, indien het geschrift wegens ouderdom of eenige andere redenen onleesbaar wordt. Indien een titel gemeen is tusschen verscheidene personen, is ieder derzelve bevoegd te vorderen, dat die op een derde plaats in bewaring worde gebracht, mitsgaders om daarvan te zijnen koste een afschrift of uittreksel te laten maken.

In eiken stand van een rechtsgeding kan eene partij van den rechter verzoeken, dat hare wederpartij bevolen worde om de stukken over te leggen die aan beide partijen gemeen zijn, de zaak in geschil betreffen, en zich onder hare berusting bevinden. Kerfstokken, met hun dubbel overeenkomende, verdienen geloof, tusschen degenen die gewoon zijn de leverantiën, welke zij in het klein doen, of ontvangen, op dusdanige manier te bewijzen.

De kracht van een schriftelijk bewijs is in de oorspronkelijke akte gelegen. Wanneer de oorspronkelijke akte bestaat, verdienen de afschriften en de uittreksels slechts geloof, voor zooverre die overeenstemmen met het oorspronkelijke stuk, welks vertooning steeds kan gevorderd worden. Wanneer de oorspronkelijke titel niet meer aanwezig is, leveren de afschriften bewijzen op, met inachtneming der navolgende bepalingen: le. De grossen of eerst uitgegeven afschriften leveren hetzelfde bewijs op als de oorspronkelijke akte; hetzelfde geldt omtrent afschriften welke op rechterlijk gezag, in tegenwoordigheid van partijen, of deze partijen behoorlijk opgeroepen zijnde, zijn opgemaakt, gelijk mede omtrent de zoodanige welke opgemaakt zijn in tegenwoordigheid der partijen, en met derzelver wederzijdsche goedkeuring; 2e. De afschriften, welke zonder tusschenkomst van den rechter, of buiten toestemming van partijen, en na de uitgifte der grossen of eerste afschriften, volgens de minuut van de akte gemaakt zijn door den notaris voor wien die akte is verleden, of door een van zijn opvolgers of door ambtenaren welke, in deze hun betrekking, de minuten in bewaring hebben en tot de uitgifte van afschriften bevoegd zijn, kunnen, in geval do oorspronkelijke akte verloren is geraakt, door den rechter als volledig bewijs worden aangenomen; 3e Wanneer de afschriften die naar de minuut eener akte gemaakt zijn niet vervaardigd zijn door den notaris voor wien de akte verleden is, of door een zijner opvolgers, of

< >