Gepubliceerd op 19-01-2021

Ada

betekenis & definitie

1. dochter van graaf Dirk VII van Holland en Adelheid van Kleef; toen Dirk VII in 1203 stierf liet hij geen zoon na, waardoor het graafschap moest vervallen aan den naasten mannelijken erfgenaam; dit was Willem, de tweede zoon van Floris III en Ada van Schotland, en oudste broeder van den overleden graaf, wiens weduwe, Adelheid van Kleef, het gezag evenwel voor haar dochter wenschte te bewaren en haar deed huwen met den graaf van Loon, zoodra Dirk VII overleden was en nog vóór de teraardebestelling; de rechtmatige opvolger, die met den overledene in onmin en vijandelijkheden had geleefd en naar Friesland de wijk had genomen, kwam heimelijk zijn gebied binnen, reisde vermomd naar Zierikzee en verzamelde aldaar rondom zich al de edelen welke met de willekeurige handelwijze van Adelheid van Kleef geen genoegen namen, en werd door hen openlijk tot graaf van Holland en Zeeland uitgeroepen, hetgeen de partij van Ada zeer verzwakte; Ada zelf bevond zich op het grafelijk slot te Haarlem met haar moeder; zij bleken daar echter niet veilig, waarop Gijsbrecht van Amstel zijn hulp bood door Adelheid en den graaf van Loon gelegenheid te geven naar Utrecht de wijk te nemen, werwaarts Ada hen weldra volgen zou, wat haar evenwel onmogelijk bleek, waarop zij zich naar Leiden begaf en zich in een burcht verschanste; na zich op belofte van lijfsbehoud te hebben overgegeven aan graaf Willem, werd zij als gevangene naar Texel gevoerd; volgens sommigen zou zij nog in 1203 naar Engeland zijn gezonden, en vandaar met haar echtgenoot naar diens graafschap zijn gegaan. Volgens anderen verbleef zij tot haar dood als gevangene op Texel.

2. van Schotland, naam eener Schotsche prinses, echtgenoote van Floris III, graaf van Holland en Zeeland. Zie Floris III.
3. naam der zuster van koning Mausolus van Carië, en aangewezen als diens opvolgster; doch haar jongste broeder, Pixodorus, maakte zich in 338 v. Chr. met Perzische hulp meester van den troon, stierf weldra en liet als opvolger na zijn schoonzoon Brontobates; Ada hield zich staande in een sterke bergvesting, welke zij in 323 v. Chr. aan Alexander den Groote overgaf; deze bevestigde haar in de heerschappij over Carië.