Gepubliceerd op 19-01-2021

Aardgordels

betekenis & definitie

De aardrijkskundigen verdoelen de oppervlakte der aarde ten opzichte van de temperatuursverhoudingen in vijf gordels: de keerkringsgordel, besloten tusschen den noorder- of kreeftskeerkring en den zuiderof steenbokskeerkring, bevattende 46° 55' van een meridiaan; de noordelijke gematigde gordel, besloten tusschen den kreeftskeerkring en den noordpoolcirkel, bevattende 43° 5' van een meridiaan; de zuidelijke gematigde gordel, besloten tusschen den steenbokskeerkring en den zuidpoolcirkel, bevattende 43° 5' van een meridiaan; de noordelijke koude gordel, besloten tusschen de noordpool en den noordpoolcirkel, bevattende 23° 27' 30" van een meridiaan; de zuidelijke koude gordel, besloten tusschen de zuidpool en den zuidpoolcirkel, bevattende 23° 27' 30" van een meridiaan. De keerkringsgordel beslaat ⅖, de beide gematigde beslaan tezamen ½ en de beide koude tezamen 1/10 van de aardoppervlakte.

De beide koude gordels kenmerken zich door de omstandigheid, dat het er gedurende de eene helft des jaar ongeveer dag is en gedurende al dien tijd de zon niet ondergaat, terwijl gedurende de andere jaarhelft de zon niet opgaat. Wanneer het aan den eenen poolgordel nacht (winter) is, is het aan den anderen dag (zomer), gelijk het in de eene gematigde luchtstreek winter is gedurende den zomertijd in de andere.

De planten- en de dierenaardrijkskunde verdeden de oppervlakte der aarde in een grooter aantal gordels, die niet streng van elkander zijn gescheiden, doch van welke ieder wordt gekenmerkt door een of andere bijzonderheid van plantengroei; men spreekt o. a. van een aequatorialen, tropischen, subtropischen, warmgematigden, koud-gematigden, arctischen, antarctischen en een polairen gordel.