Werkwoorden vervoegen
betoveren
Tegenwoordige tijd betoveren
Ik betover
Jij betovert
betover jij?
U betovert
Hij/Zij/Het betovert
Wij betoveren
Jullie betoveren
Zij betoveren
Verleden tijd van betoveren
Ik betoverde
Jij/U betoverde
Hij/Zij/Het betoverde
Wij betoverden
Jullie betoverden
Zij betoverden
Voltooid deelwoord van betoveren
betoverd
Tegenwoordig deelwoord van betoveren
betoverend