Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

ZINDELIJK

betekenis & definitie

ZINDELIJK, bn. bw. (-er, -st), rein, zuiver, net, schoon: een zindelijk tafelkleed; zich zindelijk houden;

— zindelijk eten, zonder morsen;
— zindelijk werken, zonder alles vuil te maken;
— op zindelijkheid gesteld : eene zindelijke meid. ZINDELIJKHEID, v.