Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

2018-12-06

ZEUREN

betekenis & definitie

ZEUREN, (zeurde, heeft gezeurd), zaniken, lastig vallen, dwingen, om zijn zin maar te krijgen : die kinderen zeuren maar om uit te gaan;

— over iets zeuren, lang spreken over iets;(
— Zuidn.) in het spel bedriegen, niet eerlijk spelen, in sommige streken heet dit zuren.