Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

ZELDZAAM

betekenis & definitie

ZELDZAAM, bn. bw. (...zamer, -st), schaarsch, niet vaak voorkomende : zeldzame planten, dieren; dat boek is zeldzaam; zeldzame gaven bezitten, uitstekende, zooals weinig voorkomt;

— een meisje van zeldzame schoonheid, bijzonder schoon;
— dat is zeldzaam, mooi, bijzonder, in hooge mate mooi;
— vreemd, zonderling, ongehoord, wonderlijk: een zeldzaam verschijnsel;, zeldzame vraag.
ZELDZAAMHEID, v. (...heden), schaarschheid; vreemdheid, zonderlingheid.