Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

2018-12-06

ZEGENRIJK

betekenis & definitie

ZEGENRIJK, bn. (-er, -st), met zegeningen overladen : de zegenrijke gevolgen; voorspoedig, in bloei: een zegenrijke tijd, een zegenrijk jaar.