ZAAGBEKKEN betekenis & definitie

ZAAGBEKKEN, m. mv. eene soort van zwemvogels (mergus serrator), die zich kenmerkt door een smallen, aan de spits haakvormig gebogen bek, welks zijranden met tandjes bezet zijn; aan onze stranden en rivieren komen de volgende drie voor :

de groote zaagbek (mergus merganser), 80 cM. ook duikergans en roséwaard geheeten; de middelste zaagbek (Af. serrator), 60 cM. ook pinduiker geheeten, en het nonnetje, (Af. albellus), 50 cM. dat ook weeuwtje heet.

Laatst bijgewerkt 06-12-2018