Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

WOEST

betekenis & definitie

WOEST, bn. bw. (-er, -st), braak: een land woest laten liggen;

onbewoond, onbebouwd : eene woeste landstreek; een woest eiland, inz. dat voor bebouwing of bewoning ongeschikt is: woeste, onherbergzame oorden;
verwilderd, onordelijk: een woest voorkomen hebben; alles ligt woest en verward door elkander; wild en woest te werk gaan;
— ruw, onbeschaafd, lomp : woeste jongens; zich woest aanstellen; een woest volk;
— losbandig: woest leven;
— ongetemd : een woeste hond;
— onstuimig : de woeste golven;
— een woeste stier, die zeer wild is. WOESTHEID, v. het woeste, het onbeschaafde, het ongeregelde;
—, (heden), onbeschaafde, ruwe, wreede handeling.