WINST betekenis & definitie

WINST, v. (-en), (in hoog. st. WINSTE), het winnen, wat men wint: die zaak geeft eene zuivere winst van 40 gulden in de week; — de bruto winst, verschil in prijs tusschen inkoop en verkoop; — de netto winst, wat men voor iets meer ontvangt dan men in ’t geheel uitgegeven heeft; — de winst bepalen, berekenen; (spr.) eerste winst is korte winst, wat men in het spel bij den aanvang wint, verliest men vaak spoedig weder; — dit is zuivere winste voor onze partij, voordeel. WINSTJE, o. (-s), kleine winst.