Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

WIJF

betekenis & definitie

WIJF, o. (wijven), (minachtend) vrouw : zij kijven als de wijven van de vischmarkt;

— echtgenoote : hij heeft zeven kinders en een wijf; (fig.) geen oud wijf bleef aan het spinnewiel, al wat loopen kon, kwam op dc been ;
— hij is een oud wijf, hij gedraagt zich niet flink, niet degelijk ; (ook) hij is een zanik, een zeurkous ;
— een huzaar van een wijf, zeer groote vrouw ; (nat. hist.) oud wijf, gestreepte horenvisch ; zeezeelt;
— (ook) benaming van de grootste soort van stokvisch ;
— (zeew.) een oud wijf, dekschuiver.