Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

WAPENEN

betekenis & definitie

WAPENEN - (wapende, heeft gewapend), van wapenen voorzien, uitrusten: de burgers wapenen; zich met een pistool, een stok wapenen; van top tot teen gewapend;

versterken, in staat van tegenweer brengen : eene vesting wapenen;
— versterken : de oogen met een bril wapenen; zijn hart tegen de verleiding wapenen;
— zich wapenen, zich van wapens voorzien;
— zich beschutten (tegen): zich tegen de koude wapenen; zich voorzien van : wapen u met geduld.