Gepubliceerd op 14-03-2020

Waard

betekenis & definitie

Het begrip waard heeft 5 verschillende betekenissen:

1. waard - WAARD - m. (-en), herbergier; (fig). de rekening buiten den waard maken, zich misrekenen;
— (spr.) zooals de waard is, vertrouwt hij zijne gasten, men beoordeelt een ander veelal naar zichzelven.

2. waard - WAARD - WOORD, WOERD, m. (-en), mannetjeseend. in sommige streken ook wertel geheeten.
WAARDJE, WOORDJE, WOERDJE, o. (-s).

3. waard - WAARD - m. (-en), (gew.) wilg.

4. waard - WAARD - v. (-en), laagliggend land dat dikwijls onder water loopt: uiterwaarden;
— ingedijkt land : de Bommeler waard.

5. waard - WAARD - bn. bw. waarde hebbende ; dit is vijf gulden waard, vijf gulden mag men er voor geven;
— hij is niet waard (verdient niet), dat...; dat is wél de moeite waard, daarvoor mag men wel eenige moeite overhebben;
— een goed begin is een daalder waard, een goed begin is veel waard;
— (fig.) de kool is het sop niet waard, de zaak is van te weinig gewicht om er zooveel omslag van te maken;
— , (-er, -st) , dierbaar : waarde, waardste vriend; nooit heb ik waarder vriend gehad dan hem.