Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

VROEG

betekenis & definitie

VROEG - bn. bw. (-er, -st), het tegendeel van laat; ik ben vroeg gekomen; kom morgen wat vroeger;

— vroeg of laat moet het toch gebeuren, nu of later, op den een of anderen tijd ;
— voor, bij of kort na zonsopgang : vroeg in den morgen, in den vroegen morgen;
— vroeg opstaan; het is nog vroeg;
— een vroege dood, het sterven op jeugdigen leeftijd;
— tijdig, vroeg in den tijd : vroege kersen, die het eerst rijp zijn ; wij hebben een vroegen zomer, het was spoedig zomerweer.