Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

VRIJHEID

betekenis & definitie

VRIJHEID - v. het tegenovergestelde van gevangenschap en slavernij : zijne vrijheid herkrijgen, niet meer gevangen gehouden worden; veel vrijheid genieten;

losheid, vaardigheid: die schilder heeft eene groote vrijheid in 't penseel;
— maatschappelijke en burgerlijke onafhankelijkheid: burgerlijke vrijheid; vrijheid blijheid; vrijheid van beweging, van spreken, van drukpers;
—, (...heden), daad die van den gewonen regel afwijkt, de gewone grenzen overschrijdt: zich vrijheden veroorloven; dichterlijke vrijheid, terzijdestelling van een taal- of spelregel ;
— vrijmoedigheid : ik neem de vrijheid, u te herinneren;
— vrijdom;
— privilege: de vrijheden van den adel.