Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

2018-12-06

VOORSTELLEN

betekenis & definitie

VOORSTELLEN - (stelde voor, heeft voorgesteld), voor (iets) stellen, zetten, plaatsen;

— iem. persoonlijk bekendmaken : iem. aan zijne familie voorstellen; zich laten voorstellen; hij is aan de koningin voorgesteld, voor het eerst bij haar binnengeleid;
— vertoonen, de rol spelen van: hij stelt in dat stuk Othello voor;
— van avond wordt Faust voorgesteld, opgevoerd, gespeeld;
— het tooneel stelt eene huiskamer voor, moet die weergeven;
— kenbaar maken: de groene kleur stelt klei, de gele zand voor;
— uiteenzetten, goed doen kennen : iem. het nut en de schade van iets voorstellen;
— zich voorstellen, zich verbeelden : ik stel mij voor dat dit onmogelijk is;
— herinneren : ik kan hem mij niet meer voorstellen;
— voor den geest halen : zich iets levendig, in geuren en kleuren voorstellen kunnen;
— ik stel mij voor, heden uit te gaan, neem mij voor, ben van plan;
— aan het oordeel, aan de beslissing van iem. onderwerpen : ik stelde hem voor , samen te gaan, maakte hem dien voorslag.