VOORSTELLEN betekenis & definitie

VOORSTELLEN - (stelde voor, heeft voorgesteld), voor (iets) stellen, zetten, plaatsen; — iem. persoonlijk bekendmaken : iem. aan zijne familie voorstellen; zich laten voorstellen; hij is aan de koningin voorgesteld, voor het eerst bij haar binnengeleid; — vertoonen, de rol spelen van: hij stelt in dat stuk Othello voor; — van avond wordt Faust voorgesteld, opgevoerd, gespeeld; — het tooneel stelt eene huiskamer voor, moet die weergeven; — kenbaar maken: de groene kleur stelt klei, de gele zand voor; — uiteenzetten, goed doen kennen : iem. het nut en de schade van iets voorstellen; — zich voorstellen, zich verbeelden : ik stel mij voor dat dit onmogelijk is; — herinneren : ik kan hem mij niet meer voorstellen; — voor den geest halen : zich iets levendig, in geuren en kleuren voorstellen kunnen; — ik stel mij voor, heden uit te gaan, neem mij voor, ben van plan; — aan het oordeel, aan de beslissing van iem. onderwerpen : ik stelde hem voor , samen te gaan, maakte hem dien voorslag.