Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

2018-12-06

VOET

betekenis & definitie

VOET - m. (-en), lichaamsdeel van mensch en dier dat hun tot steun dient; inz. bij menschen het onderste gedeelte van het been beneden den enkel: bij dieren heet dat gedeelte poot of klauw ; de mensch en de vogels hebben twee voeten; zijn voet is verstuikt;

— op bloote voelen gaan, zonder kousen of schoenen aan ; op handen en voeten kruipen;
— de zieke kan geen voet verzetten, van zwakte;
— ik kan geen voet verzetten, of hij bemoeit er zich mede, hij bemoeit zich met al mijn doen en laten ;
— geen voet buiten de deur zetten, niet uitgaan ;
— ik zet daar geen voet meer in huis, ik wil hen niet meer bezoeken;
—voet aan wal zetten, landen;
—te voet reizen, al wandelende, loopende;
— te voet dienen, bij de infanterie dienen;
— het leger te voet, het voetvolk, de infanterie;
—van het hoofd tot de voeten gewapend, geheel en al, zwaar gewapend ;
— (schild.) een portret ten voeten uit, geheel en al niet alleen buste;
— (in spr.) de voeten onder een andermans tafel steken, in iemands dienst zijn bij wien men tevens in den kost is ;
— met den eenen voet in het graf staan, reeds oud en afgeleefd zijn;
— iem. (voor iem.) te voet vallen, voor hem knielen, hem iets afsmeeken;
— iem. voeten maken, op de vlucht jagen;
— zich uit de voeten maken, vluchten;
— iem. den voet lichten, hem onderkruipen ;
— iem. den voet dwars zetten, hem tegengaan, hem in zijn pogen belemmeren, tegenwerken;
— den overwonnenen de voeten spoelen, hen in zee verdrinken ; natte voeten hebben, dronken zijn ;
— hij gaat zeven voet diep, hij is dronken ;
— iem. op den voet volgen, van nabij ;
— een (schriftelijken) aanval, betoog op den voet volgen, punt voor punt nagaan;
— de straf volgde de misdaad op den voet, bleef niet lang uit;
— iem. iets voor de voeten gooien, verwijten
— voet krijgen, invloed, steun; iem. (in het kwade voet geven, sterken, stijven ;
— een voet in den stijgbeugel hebben, aan het begin van zijn voorspoed, vooruitgang zijn;
— het heeft heel wat voeten in de aarde, het kost heel wat moeite;
— dat gaat zoo ver als het voeten heeft, als de omstandigheden het toelaten;
—voet bij stuk houden, niet wijken, niet loslaten; (ook) van zijn onderwerp niet afdwalen ;
— onder den voet geraken, in eene groote menigte vallen en vertreden worden;
— iem. onder den voet houden, in bedwang houden, hem onderdrukken;
— iem. met voeten trappen, hem onderdrukken ;
— de wet met voeten treden, moedwillig overtreden;
— iets onder den voet halen, het afbreken, sloopen;
— de grond brandt mij onder de voeten, van ongeduld kan ik niet langer blijven;
— iem. het gras voor de voeten wegmaaien, hetzelfde zeggen wat een ander juist van plan was te zeggen ;
— zich met handen en voeten tegen iets verzetten, met alle kracht;
— handen en voeten zijn hem gebonden, hij is geheel machteloos;
— iem. op vrije voeten stellen, de vrijheid geven ;
— voor den voet weg iets geven, verkoopen, zonder uit te zoeken ;
— op staanden voet, dadelijk;
— spierachtige verdikking der huid bij de weekdieren die tot bewegingsorgaan dient: de slijmige voet der slakken;
— de baard der schelpdieren ;
— (plantk.) de voet van bollen, de schijf ;
— deel eener kous dat den voet bedekt; (breist.) nieuwe voeten aanbreien ; den voet zetten, in den voet minderen;
— afdruksel van een voet: er staan voeten in het zand ; vuile voeten op een kleed zetten;
— (slag.) vierde deel van een stuk slachtvee: eene geslachte koe wordt aan 4 voeten vervoerd, n.l. twee achtervoeten en twee voorvoeten; een voet vleesch in de kuip hebben ;
— alles wat tot steun dient, het onderste gedeelte van iets : de voet van eene tafel, een glas, eene lamp ; aan den voet van een berg;
— aan den voet van den brief, onderaan, op het einde ; ophelderende aanteekeningen aan den voet der bladzijden;
— lengtemaat (als meetkunstig teeken door ‘ aangeduid): een Amsterdamsche voet = 0,284 M.; een Rijnlandsche voet ~ 0,314 M.; die plank is 10 voet lang en 1 voet breed; drie voet in ’t vierkant;
— geen voet wijken, toegeven, stand houden ;
— versmaat: een regel van 6 voeten, Alexandrijn; een regel van 5 voeten, hexameter ;
— wijze van muntberekening, muntvoet, maatstaf ;
— wijze van doen : alles is weer op den ouden voet, zooals het vroeger geweest is ;
— op een grooten voet leven, veel geld uitgeven ;
— op gelijken voet met elkander omgaan ;
— de zaak zal op denzelfden voet worden voortgezet, op dezelfde wijze;
— zij staan op een goeden, vertrouwelijken voet met elkander, zij gaan goed, vertrouwelijk met elkander om ;
— op een gespannen voet met iem. staan, niet vriendschappelijk, zoo dat de goede verstandhouding licht verbroken wordt;
— op voet van vrede, van oorlog, alsof het vrede, oorlog was;
— alles was er op Franschen voet ingericht, zooals de Franschen gewoon zijn.