Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

2018-12-06

VERZOENDAG

betekenis & definitie

VERZOENDAG - m. (-en), dag der verzoening die gevierd wordt op den tienden dag der zevende maand; Groote Verzoendag, algemeene boete- en vastendag der Israëlieten;

— (gemeenz.) grooten verzoendag houden, zich wasschen en verschoonen, schoon linnengoed aandoen;
...DEKSEL, o. (-s), deksel der Verbondskist.