Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

VERSTAND

betekenis & definitie

VERSTAND - o. begrip, doorzicht, inzicht, bevatting : iem. met een gezond, een alledaagsch verstand ; dat gaat mijn verstand te boven, dat snap ik niet;

hij heeft een klinkend verstand, (ook) hij draagt zijn verstand in den zak, omdat hij rijk is, meent hij ook alles te begrijpen en geeft men hem doorgaans gelijk ;
— geen greintje verstand hebben, zeer dom zijn;
— praten naar men verstand heeft, naar men iets begrijpt, beoordeelt;
— zijn verstand verliezen, gek, krankzinnig worden ; weer bij zijn verstand komen, zijn verstand terugkrijgen ;
— hij zal nog wel eens tot verstand komen, tot beter inzicht;
— met verstand aan het werk gaan, met overleg ;
— iem. iets aan het verstand brengen, doen begrijpen;
— met al zijn verstand naar iets kijken, zeer aandachtig;
— kennis, wetenschap : daar heb ik geen verstand van ; verstand van schilderijen, van bloemen hebben; het verstand komt met het ambt; het verstand komt niet voor de jaren;
— hij zal aan zijn verstand niet barsten, hij is uitermate dom ;
— begrip : tot goed verstand van zaken diene; met dien verstande, onder die voorwaarde, mits ;
— verstandhouding : verstand met den vijand hebben;
—, (-en), een groot verstand, een man van groot vernuft. VERSTANDJE, o. (-s).