Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Verloopen

betekenis & definitie

Het begrip verloopen heeft 2 verschillende betekenissen:

1. verloopen - VERLOOPEN - (verliep, heeft en is verloopen), met loopen doorbrengen, zijn tijd verliezen: ik heb braaf mijn tijd verloopen; ik heb mij verloopen, ik ben aan het dwalen geweest; eene goede gelegenheid laten verloopen. laten voorbijgaan, verwaarloozen ;
— wegloopen, weg-, vervloeien : het tij verloopt, het wordt ebbe ; (spr.) als het tij verloopt, moet men de bakens verzetten, zie TIJ ;
verstrijken, verdwijnen: nauwelijks was eene week verloopen ; er zal eene week mee verloopen, heengaan, het zal eene week duren ;
afnemen, vervallen, verminderen: die winkel verloopt, verliest de klanten ;
zijn standje verloopt nog niet, het gaat hem nog goed ;
— (drukk.) het overbrengen van woorden uit den eenen regel in den anderen of van regels van de eene bladzijde of kolom in de andere ;
— (bilj.) zijn eigen bal in den zak stooten.

2. verloopen - VERLOOPEN - bn. wat verloopen is: een verloopen (gewezen) monnik;
— een verloopen student, die zijn studiën niet volbracht heeft;
— een verloopen advocaat, die geen praktijk meer heeft;
— een verloopen kerel, die door te sterk leven uitgeput is ;
— die schroef is verloopen, uitgesleten, lam, dol;
— verloopen wijn, zuur en bitter geworden.