Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Verleden

betekenis & definitie

Het begrip verleden heeft 2 verschillende betekenissen:

1. verleden - VERLEDEN - VOORLEDEN, bn. vroeger, laatste, vorige : verleden week , verleden jaar, ten vorigen jare ;
— in lang verleden tijden, die reeds lang voorbij zijn ;
— de verleden tijd, die vormen der werkwoorden, waardoor de werking als voltooid of onvoltooid in het verledene voorgesteld wordt; verleden deelwoord, zie DEELWOORD ;
— , bw. nog niet lang geleden, voor eenigen tijd, onlangs : ik heb haar verleden nog gesproken.

2. verleden - VERLEDEN - VOORLEDEN, o. wat verleden of vroeger is: (spr.) in het verleden ligt het heden, in het nu wat worden zal;
— de verleden tijd.