Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

VERKOOPEN

betekenis & definitie

VERKOOPEN - (verkocht, heeft verkocht), aan anderen (iets) tot een zekeren prijs (inz. om winst te maken) overdoen; in het groot, in het klein verkoopen; iets bij de maat, bij het gewicht verkoopen; uit de hand, voor een spotprijs verkoopen; koopen om weder te verkoopen, handelen;

— gerechtelijk verkoopen, op hoog gezag, wegens onbetaalde belasting of andere schulden ;
— op daling verkoopen, in de contramine zijn (in den fondsenhandel); op rijzing verkoopen, in de liefhebberij zijn (in den fondsenhandel);
— grappen verkoopen, gekheid maken; leugens verkoopen, vertellen; praatjes verkoopen, te veel praats hebben;
— zijn leven duur verkoopen, zich geducht verweren ;
— zij kan hem verraden en verkoopen of : zij kan hem verkoopen en leveren waar hij bij is, zij is hem veel te slim;
— zich verkoopen, zijne diensten voor geld veil hebben (tot bevordering eener staatspartij enz.);
— die vrouw verkoopt zich, heeft hare gunsten voor geld veil. VERKOOPING, v. (-en), het verkoopen (inz. in het openbaar); veiling; bijeenkomst waar iets openlijk verkocht wordt. VERKOOPINKJE, o. (-s).