Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

VERKEEREN

betekenis & definitie

VERKEEREN - (verkeerde, heeft en is verkeerd), anders keeren, veranderen : het recht verkeeren;

— veranderen : (spr.) het kan verkeeren (zei Brederoo); omgaan: met iem. verkeeren; (spr.) waar men mede verkeert, wordt men mede geëerd, wij worden geschat naar de lieden, met wie wij omgaan;
— hij verkeert (vrijt) met dat meisje;
— zich ophouden, zijn verblijf houden : Hij (Jezus) verkeerde aldaar met Zijne discipelen ;
—zich gedragen, zich houden: hoe verkeert hij onder zijn lijden ? ;
— zich bevinden : in slavernij, in ballingschap verkeeren; in moeilijke omstandigheden verkeeren. VERKEERING, v. (-en), het verkeeren; verkeer; vrijage: verkeering hebben, zoeken (met een meisje).