Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

VERBLIJF

betekenis & definitie

VERBLIJF - o. (...ven), oponthoud: zijn verblijf te Parijs; plaats van verblijf : waar houdt hij zijn verblijf ?; een vast verblijf, woonplaats.

VERBLIJFJE, o. (-s).