Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

2018-12-06

VERBAZEND

betekenis & definitie

VERBAZEND - bn. bw. (-er, -st), hetgene doet verbazen, verwonderlijk : verbazend veel eten, drinken; een verbazend groot huis; zeer groot: een verbazend geheugen;

—. tw. uitroep van verbazing: wel verbazend, wat een groote visch !