Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

VASTMAKEN

betekenis & definitie

VASTMAKEN - (maakte vast, heeft vastgemaakt), verbinden, vasthechten: een koord vastmaken; iets aan een touwtje, een spijker vastmaken, bevestigen, (ook) hecht maken; (zeew.) vastmaken zonder opgaan, een gespannen touw vastmaken, zonder dat het minder strak staat;

— (recht.) een goed vastmaken, onvervreemdbaar maken. VASTMAKING, v. het vastmaken.