VAANDEL betekenis & definitie

VAANDEL - o. (-s, -en), veldteeken (voor de infanterie) in vierkanten vorm, met het rijkswapen er op; het vaandel zwaaien; het leger trok uit met vliegende vaandels en slaande trom; — doek, aan een stok gedragen, met emblemen, opschriften, banier van eene vereeniging, bij processies, optochten enz. meegevoerd; — (eert.) vendel, afdeeling krijgsvolk, die onder één vaandel optrokken; — zekere hoeveelheid: een vaandel haring, een tal, 200 stuks.

Laatst bijgewerkt 06-12-2018