Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

2020-02-24

Vaak

betekenis & definitie

Het begrip vaak heeft 2 verschillende betekenissen:

1. vaak - VAAK - m. geneigdheid tot slapen; vaak krijgen, hebben; Klaas Vaak komt, de kinderen krijgen slaap; (spr.) vaak is het oorkussen der vermoeidheid; praatjes voor den vaak, nietsbeduidende praatjes.

2. vaak - VAAK - bw. (vaker, -st), dikwijls: ik kom er vaak.