Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Uur

betekenis & definitie

Het begrip uur heeft 2 verschillende betekenissen:

1. uur - UUR - o. (uren), URE, v. (-n), tijdmaat, 24ste deel van een etmaal (= 60 minuten); van uur tot uur, steeds voortgaande; te goeder, te kwader ure, in het geschikte, ongeschikte oogenblik, (ook) in het gelukkige, ongelukkige oogenblik; alle uur, om het uur; het laatste uur (des levens); het duurde drie uur of uren;
— om drie uur, ongeveer zoo laat; te drie uur, precies zoo laat (dit verschil wordt soms gemaakt). UURTJE, o. (-s), (fig.) klein uur, een uurtje of wat, eenig tijdsverloop; een uurtje of twee, iets meer of minder dan twee uren.

2. uur - UUR - o. (uren), (gew.) speen van den uier eener koe.