Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

UITDEELEN

betekenis & definitie

UITDEELEN - (deelde uit, heeft uitgedeeld), verdeelen, geven aan ieder wat: geld, aalmoezen uitdeelen; prijzen, standjes, straf uitdeelen, geven aan wie het toekomt; klappen uitdeelen, slaan. UITDEELING, v. (-en), het uitdeelen; verdeeling, ronddeeling.