Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-12-2018

Toestel

betekenis & definitie

Toestel - m. en o. (-len), toebereidselen, voorbereiding; men heeft een grooten toestel voor dat feest gemaakt;

— (glasf.) toestel roepen, ‘s nachts de arbeiders een half of heel uur vóór het werk begint, wekken;
— machine, werktuig, gereedschap om iets te verrichten : een kooktoestel; een toestel om te photographeeren;
— (boekdr,) de stukjes papier onder een drukvorm gelegd om een zuiveren afdruk te verkrijgen. TOESTELLETJE, o. (-s).