Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-12-2018

Tegenstellend

betekenis & definitie

Tegenstellend - bn. wat tegenstelt;

— (taalk.) het tegenstellend zinsverband, eene wijze van nevenschikkende zinsverbinding; het tegenstellend zinsverband kan zijn zuiver tegenstellend, beperkend tegenstellend en uitsluitend tegenstellend; tegenstellende voegwoorden, die het tegenstellend zinsverband uitdrukken.