Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-12-2018

Taaleigen

betekenis & definitie

Taaleigen - o. bijzondere eigenaardigheden eener taal, waardoor zij zich van andere talen onderscheidt; het Nederlandsche taaleigen; dat is met ons taaleigen in strijd;

...EIGENAARDIGHEID, v. (...heden), wat in den eigen aard eener taal ligt en niet in andere talen;
...FAMILIE, v. (-s), eene groep verwante talen die kennelijk van ééne zelfde taal afkomstig zijn;
...FONDS, o. (-en), fonds tot bevordering van de belangen eener taal;
...FOUT, v. (-en), fout togen de regels eener taal.