Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-12-2018

Strook

betekenis & definitie

Strook - v. (-en), rand, reep (van iets afgesneden): eene strook papier, linnen, flanel; smul reepvormig sieraad aan iets gezet: eene kanten, geborduurde strook ; strook aan een hemd, een schortje ;

— (zeew.) smal stuk land : eene kuststrook. STROOKJE, o. (-s).