Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-12-2018

2018-12-02

Steur

betekenis & definitie

Steur - m. (-en), eene soort van welsmakenden visch, tot de kraakbeenigen behoorende (acipenser)\ uit de kuit van den steur wordt kaviaar bereid; (fig.) Kamper steur, harde eieren met mosterd. STEURTJE, o. (-s).